Middagjournaal
maandag 18.12.2017
HOOG IN DE RANGSCHIKKING VAN WROKPRODUCERENDE LANDEN

Onze twee kleindochters gedragen zich weleens wispelturig, daar zijn het peuters voor. Maar er is één activiteit die altijd en overal op gejuich wordt onthaald: de speeltuin.
Kunt u nog een speeltuin zien zonder aan Palestijnse kinderen te denken? - ik niet. Twee jaar geleden werd, met Belgisch belastinggeld, een speeltuintje aangelegd in een Palestijns stadje waar verder niks was voor kinderen. Kort daarop heeft het de Israëlische bezettingstroepen behaagd die speeltuin met de grond gelijk te maken. Niks bijzonders hoor: daarvoor en daarna heeft het Joodse bezettingsleger ook Palestijnse scholen vernield, en elektriciteitsvoorzieningen - ook die waren trouwens door West-Europese landen bekostigd. De bezetter die zich misdraagt en de bevolking koeioneert, dat komt ons, Belgen, bekend voor...
Israël zegt de regels toe te passen, maar hoe voos moeten die regels wel niet zijn dat je schommels en glijbanen gaat staan vernietigen? In feite rechtvaardigt het Joodse gezag zijn sloopwerk met een kanjer van een jezuïetenstreek. Het keurt namelijk maar één op de honderd Palestijnse bouwaanvragen goed, en als Palestijnen, ten einde raad, dan maar zonder vergunning een speeltuintje aanleggen, wordt dat rücksichtslos ausradiert. Ordnung muss sein, nietwaar. De bezetter is te kortzichtig om te beseffen wat zo'n getreiter met de getreiterden doet. Welnu, het kweekt wrok. Als wrok zoiets als graan was, zou Israël torenhoog scoren in de rangschikking van wrokproducerende landen.
Ik moet bekennen dat ik een zwak heb voor Joodse mensen, ik bewonder dat volk en zijn cultuur. En de gruwelijke onrechtvaardigheden die Joden in hun geschiedenis hebben moeten verduren, benemen me de adem. Dus dat het slachtoffer onderhand zelf een nietsontziende beul geworden is..., je kunt het niet hartverscheurender bedenken.
Het verklaart ook waarom op Israëlisch wangedrag vaak beschamend slap wordt gereageerd. Toen verschillende Belgische humanitaire projecten in Palestina door de bezetter verwoest bleken te zijn, heeft onze regering (hou u vast) haar sterke bekommernis uitgesproken. En zeer onlangs hebben wij en zes andere Europese landen Israël een schadevergoeding voor de vernielingen durven vragen - maar dan wel een piepklein bedrag, want Joden mag je niet voor het hoofd stoten.
Ik vraag me af hoe de Israëlische premier Netanyahu dat van die speeltuin aan z'n drie kleinkinderen uitlegt.

NASCHRIFT

Naar aanleiding van het bovenstaande werd de columnist als antisemiet gebrandmerkt in Joods Actueel, een tweemaandelijks Joods tijdschrift, gevestigd in Antwerpen. Hij werd er onder meer van beschuldigd geen onderscheid te maken tussen Joden en Israëli's, en Joden met nazi's te vergelijken. Op de website van Joods Actueel was ook een pastiche van de column te horen, over speelplaatsen van Israëlische kinderen die door Palestijnse raketten getroffen worden.
Bavo Claes stuurde het blad de volgende reactie:

      1. Er wordt me verweten 'steevast over het Joodse leger te spreken' en daardoor ook de Belgische Joden in mijn kritiek te impliceren. Dat lijkt me niet helemaal correct. In mijn tekst is wel degelijk sprake van 'de Israëlische bezettingstroepen' en 'Israëlisch wangedrag'; en als ter afwisseling ook 'n keer over 'het Joodse bezettingsleger' en 'het Joodse gezag' gesproken wordt, kun je 'Joods' vanwege de context mijns inziens alleen maar begrijpen als: 'van de Joodse staat'. Premier Netanyahu eist dat de Palestijnen Israël niet gewoon als staat erkennen, maar als 'Joodse staat'; hoezo zouden emanaties van die staat, zoals het leger en het overheidsgezag, dan niet Joods genoemd kunnen worden?
      2. Ik wil Benny Scharf feliciteren met zijn geslaagde parodie op mijn column. Nee, ik bedoel dat niet ironisch. Sterker nog: zijn tekst zou, allicht op wat details na, een column van mij kunnen zijn. Want uiteraard deel ik voor honderd procent de Joodse afschuw voor de Palestijnse terreur waarvan Israëlische burgers, inclusief kinderen, het slachtoffer zijn. Twintig jaar geleden heeft de toenmalige Amerikaanse president Bill Clinton het kort en krachtig gezegd: 'We must acknowledge that neither side has a monopoly on pain or virtue.'
Waarom heb ik dan toch déze column geschreven? Omdat twee elementen in het bericht over het speeltuintje mij intrigeerden: dat een humanitair project, bekostigd door ons allemaal (de Belgische belastingbetalers), moedwillig naar de filistijnen werd geholpen; en dat een leger van een geciviliseerd land zich bezighoudt met het vernielen van kinderspeeltoestellen. Uw lezers zien toch ook zelf wel in, vermoed ik, dat het inzetten van zulke grove middelen tegen iets dat symbool kan staan voor kinderlijke onschuld, van een tragische absurditeit getuigt?
      3. In wezen gaat de column over deze vraag: hoe doe je dat, als bezettingsmacht de orde handhaven in een gebied waarvan de bevolking je vijandig gezind is? Dat doe je alvast niet met zachte hand, zo blijkt, en ik maak me geen illusies: dit geldt ongetwijfeld voor alle tijden, en voor troepen waar ook ter wereld. Dat ik de link heb gelegd tussen Palestijnen onder Israëlische bezetting en Belgen onder Duitse bezetting in '14-'18 en '40-'45, had maar één doel: tastbaar maken dat zo'n bezetting geen ver-van-mijn-bedshow is. Beide Duitse interventies zijn immers nog lang niet uit ons collectieve geheugen verdwenen: sommige Belgen hebben de gebeurtenissen van toen nog zelf meegemaakt, en de andere kennen ze via de herinneringen van vorige generaties, zeker nu de Eerste Wereldoorlog weer zo uitvoerig en tot in de details herdacht wordt.
Mijn doel was dus níét, en ik zeg dat met nadruk: het was níét mijn bedoeling een parallel te trekken tussen de Israëlische regering en het naziregime. Uiteraard niet. Zo'n parallel zou fundamenteel ongerechtvaardigd zijn, en ook ronduit wansmakelijk. In mijn ogen zijn de Shoah, en meer algemeen: de nazimisdaden tegen de Joden, van een heel andere orde dan het beheren van een bezetting, waar de column over gaat. Je kunt een al met al 'banaal' onderwerp als de aanhoudende botsingen tussen bezetter en bevolking toch niet op één lijn stellen met een barbaarse genocide?
Misschien zijn de emotionele reacties van uw lezers mede te verklaren door die enkele Duitse woorden in mijn tekst. Maar 'Ordnung muss sein' is een internationaal bekend en geregeld gebezigd zinnetje, dat bijvoorbeeld ook gewoon in een verklarend Nederlands woordenboek als de Dikke Van Dale staat, met het label 'tussenwerpsel'. Verder maakt 'rücksichtslos' al lang deel uit van de gebruikelijke Nederlandse woordenschat, je vindt het in alle woordenboeken van de Nederlandse taal. 'Ausradieren' is anders, dat geef ik toe. Het is me uit de pen gevloeid als Duits equivalent van 'totaal verwoesten, met de grond gelijkmaken', en ik neem het mezelf heel erg kwalijk er niet bij stil te hebben gestaan dat die term 'besmet' is met de nazi-ideologie. Ik had waarschijnlijk beter 'rasieren' gekozen, van dat woord heb ik althans de indruk dat het niet zozeer met de Tweede maar veeleer met de Eerste Wereldoorlog wordt geassocieerd. Ik kan u en uw lezers alleen maar verzekeren dat het gebruik van 'ausradieren' geen gemeenheid van mij was, maar louter ondoordachtheid. Ik had het moeten weten: dat de connotatie van een woord belangrijker is dan de definitie ervan in het woordenboek. Hoe dan ook ben ik danig geschrokken van uw reacties, en ik wil me hierbij uitdrukkelijk verontschuldigen tegenover al wie mijn woordkeuze als krenkend heeft ervaren, ook al was dit, wat mij betreft, geheel onbedoeld en ongewild.
      4. André Gantman wrijft mij antisemitisme aan, hij noemt het zelfs mijn 'ware aard'. Wow... Dat is een ongemeen akelig, oneerlijk en onterecht verwijt dat míj dan weer kwetst in het diepste van mijn ziel. Ik ben namelijk alles behalve een antisemiet, God beware me, en ik ben ook niet van plan het ooit te worden, zelfs niet nu iemand per se dat stigma op mij wil drukken.
Waarom stopt Gantman zich de oren als ik in alle oprechtheid in mijn column zeg dat ik een zwak heb voor Joodse mensen, dat ik het Joodse volk en zijn cultuur bewonder, dat de gruwelijke onrechtvaardigheden die Joden in hun geschiedenis hebben moeten verduren me de adem benemen? Veroordeelt hij mij dan werkelijk alleen maar voor 'n verkeerd gekozen woord? Of is er meer aan de hand? Waarom krijgt kritiek op een of ander aspect van de Israëlische staat zo vlotjes het etiket 'antisemitisch' opgeplakt? Omdat je dan niet meer hoeft te luisteren naar de ongemakkelijke waarheid die met zo'n kritiek weleens wordt blootgelegd? Het is een tactiek die me doet denken aan, pakweg, een jongmens van Maghrebijnse afkomst dat in Antwerpen door het rode licht rijdt, daar door een politieman op aangesproken wordt, en die agent dan toevoegt: 'Gij zijt ne racist.' Naar mijn gevoel roept Gantman 'vuile antisemiet' zoals een ander 'vuile communist' roept, of 'vuile Jood', of vuile wat dan ook. De term 'antisemiet' verwordt zo tot een louter scheldwoord, maar dan wel een dat de eer en reputatie van mensen onherstelbaar besmeurt.
Gelukkig wordt kritiek op Israël lang niet alleen door niet-Joden uitgeoefend. Tony Judt schreef: “Ik vind dat men als Jood de verantwoordelijkheid heeft Israël hevig en onomwonden te bekritiseren, op een manier die niet-Joden zich niet kunnen permitteren vanwege de dreiging van de valse, maar doeltreffende beschuldiging van antisemitisme.' Precies zo'n valse beschuldiging hebt u geuit, meneer Gantman. Het zou u sieren als u nog 'ns rustig bij uw geweten te rade zou gaan, en u af zou vragen of deze loodzware, loze, lichtvaardige aantijging aan mijn adres wel terecht was. Wie weet dat u dan beslist uw 'fatwa' in te trekken. Want zo voelt het aan, ja, als een fatwa, ook al weet ik dat er geen doodstraf mee gepaard gaat.
      5. Mijn stukje op Radio 1 was geen journalistieke tekst. Het was 'n column, een genre waarin hyperbolen en fors aangezette fomuleringen tot de gebruikelijke stijlmiddelen behoren. Het was een overpeinzing van een grootvader die ziet hoe zijn kleindochters hun hartje ophalen op de speeltuin, en er niet in slaagt het beeld van dat vernietigde Palestijnse speeltuintje uit zijn hoofd te zetten. Natuurlijk kan ik in zo'n radiocolumn niet alle mitsen en maren aan bod laten komen, die in een uitgebreid essay wel een plaats zouden krijgen. En nu ik uw reacties verneem, denk ik dat ik er wellicht simpelweg niet aan had moeten beginnen, aan deze column.
Toch valt me op dat mijn tekst genuanceerder was dan de omschrijving die er in 'Joods Actueel' van wordt gegeven. U schrijft bijvoorbeeld: 'Hij noemt Joden beulen.' Dat is veel botter en schokkender dan het idee dat in de column ontwikkeld wordt en dat zich als volgt laat samenvatten: geconfronteerd met de nietsontziende manier waarop het Israëlische leger zich in een aantal gevallen gedraagt tegenover de Palestijnen in bezet gebied, krijg je de indruk dat degene die in de geschiedenis zo vaak het slachtoffer is geweest, nu de beul geworden is, en dat is hartverscheurend.
Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen dat Joodse opa's op de aanblik van die verwoeste speeltuin zo anders zouden reageren dan ik. Ik zou hen dezelfde vraag willen voorleggen als de vraag die ik in mijn column aan premier Netanyahu heb gesteld: hoe legt u dat platgewalste speeltuintje aan uw kleinkinderen uit?

Joods Actueel heeft de reactie van Bavo Claes gepubliceerd in zijn papieren editie (niet op zijn website), overigens vergezeld van commentaar waaruit bleek dat de redactie grosso modo bij haar standpunt bleef. Het blad voerde ook nog een extra argument aan om de columnist van antisemitische gevoelens te beschuldigen. Daarop heeft Bavo Claes Joods Actueel dit laatste weerwoord gestuurd:

      Het heeft weinig zin dat we over het onderwerp blijven polemiseren, maar op één nieuw verwijt van u wil ik nog kort reageren, omdat het zo typisch is voor het misverstand dat tussen ons bestaat.
U meent uit mijn zinnetje 'Joden mag je niet voor het hoofd stoten' te kunnen afleiden dat ik het Joodse volk ervan zou verdenken de rest van de wereld te willen domineren. Ik heb dat met het grootst denkbare ongeloof gelezen. Met permissie, dit is compleet absurd. Het obscure idee van een of andere Joodse wereldheerschappij is van zo'n grenzeloze stompzinnigheid dat ik het amper begrijp, laat staan dat ik het zou onderschrijven.
Ja, westerse politici vinden wel degelijk dat zij de Joden niet voor het hoofd mogen stoten, maar om een heel andere reden: vanwege de diepgewortelde collectieve schaamte die westerlingen voelen over wat de nazi's de Joden hebben aangedaan (die nazi's waren tenslotte ook westerlingen, dus 'van het eigen kamp'). Niet een denkbeeldig Joods streven naar dominantie is hier aan de orde, maar het Joodse slachtofferschap, en de intense gêne daarvoor bij al wie, op de een of andere manier, tot het kamp van de daders behoort. Ik kan me niet voorstellen dat u dat niet zou beseffen.