Middagjournaal
maandag 26.09.2016
EEN GOUDEN ONDERWERP VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Het is onmiskenbaar: Belgisch-Nederlands is in. Ook de academisch geschoolde Vlaming krijgt het nu moeiteloos over de lippen: dat hij z'n vriend iets moet, dat hij op z'n honger blijft zitten, en dat hij Kevin noemt. En de taalkundige, hij stelt het niet alleen vast, hij juicht het hartelijk toe: eindelijk heeft de Vlaming zijn complexen afgelegd! 't Is voor iemand als ik, laten we zeggen, even wennen, getraind als ik ben in het leger van Berode, de vorige taaladviseur van de publieke omroep.
Ik lees weleens 'n boek, en zo'n 2 jaar geleden las ik een boek van een hedendaags Vlaams auteur, non-fictie, uitgegeven door een Amsterdamse uitgeverij, dat wemelde van de belgicismen. Voor mij is de lectuur van zo'n tekst als hobbelen over kinderkopjes in een boerenkar: het zal wel iets authentieks hebben, maar het zít toch vooral niet lekker.
Toen een Vlaams romanauteur die in Nederland uitgegeven wordt, onlangs werd geïnterviewd, citeerde de interviewer beschamende voorbeelden van kromtaal uit het boek, en opperde dat de eindredacteur van de Hollandse uitgeverij misschien dacht dat slecht Nederlands vanzelf goed Vlaams is... Hoe dan ook: de tijd dat Jeroen Brouwers, bij de Vlaamse uitgeverij Manteau, de Vlaamse manuscripten in Algemeen Nederlands omzette, lijkt definitief voorbij. En het gekke is: sommige boeken hebben, ondanks de belgicismen, ook in Nederland succes.
Weet u waar ik razend benieuwd naar ben? Hoeveel van die Vlaamse woorden en wendingen een Nederlandse lezer echt begrijpt. En hoeveel hij verkeerdelijk dénkt te begrijpen. En van hoeveel hij geen flauw idee heeft. Dat lijkt me een gouden onderwerp voor wetenschappelijk onderzoek.
Enkele weken geleden zat ik in een restaurant in Antwerpen, en aan het tafeltje naast me namen twee vrouwen de menukaart door. Hun Hollandse accent was onloochenbaar, zij het niet onoverkomelijk. Als de kelner de bestelling komt opnemen, vraagt een van de vrouwen: “Ober, wat is ‘azjwè’?” - met een bewonderenswaardig correcte Franse uitspraak, zoals je ze van Nederlanders zelden hoort. Waarop de kelner zegt (z'n gezicht in een professionele plooi die geen leedvermaak verraadt) : “Ajuin is ui, mevrouw.” Kijk, dat bedoel ik.