29/04/98

De geur van je moeders haar


Bavo Claes is bekend als anchorman van het journaal van de Vlaamse publieke omroep. Met de roman Kraai debuteert hij als schrijver. 'Wezenlijke zaken die journalistiek gezien flut zijn, zoals hoe het knuistje van je zoontje voelde toen hij jong was. Daar gaat het om.'

Door Hans van Reijsen
MORTSEL - Deze week gaat de vierde druk naar de winkel. Bij uitgeverij Atlas in Amsterdam gebruiken ze zelfs het woord 'gigantisch'. Op zo'n succes van Kraai, de debuutroman van Bavo Claes, was allerminst gerekend. Claes had natuurlijk wel iets mee.
Vrijwel elke avond verschijnt hij op de televisie. Als journalist bij de Vlaamse publieke omroep VRT presenteert hij al jaren het belangrijkste avondbulletin van het journaal. Hij is, zeg maar, de Philip Freriks van Vlaanderen. Iedereen kent hem. De wijze waarop hij als anchorman optreedt, dwingt bewondering af. Hij is, zoals de krant De Morgen schreef, 'een baken van minzame competentie'.
Toch wilde Claes die bekendheid niet als commercieel argument uitbuiten bij een Belgische uitgever. Hij ging met zijn manuscript naar Nederland. Het boek moest zichzelf bewijzen, vond hij. Kraai kreeg vrijwel uitsluitend lovende recensies. Kortgeleden werd het bekroond met de belangrijke Vlaamse NCR Literair Prijs. Bavo Claes (48) werkt al 23 jaar bij de voormalige BRTN. En dat zal hij blijven doen ook. Ondanks het huidige succes als schrijver. Hij vindt het werk bij het journaal boeiend, afwisselend, aangenaam en zinvol. Hij doet het ook 'veel te graag' om het vaarwel te zeggen en full-time schrijver te worden.
Kraai is een roman 'over geboorte en dood, over het ondraaglijke verglijden van de tijd en over de leugens van het leven' zoals er op de flaptekst staat. Een geladen boek waarin de ik-figuur, zijn aan kanker stervende vader in het ziekenhuis bezoekt. Geconfronteerd met de dood -- de enige zekerheid in het leven -- raakt de hoofdpersoon verstrikt in jeugdherinneringen, leugens, gevoelens van macht en onmacht, het besef van sterfelijkheid, halve en hele waarheden. Het sombere, maar niettemin indrukwekkende boek is geschreven in een boeiende mengeling van Nederlands en Vlaams. Thuis, in een lommerrijke wijk van de Antwerpse satellietgemeente Mortsel, vertelt Claes. Vriendelijk. Zachtaardig. Het interieur van de woning ademt een sfeer van huiselijkheid en rust. Het tv-toestel is -- voor iemand die in de televisiewereld zijn brood verdient -- opvallend klein. Al jaren speelde Claes met de gedachte om een boek te schrijven. Van jongsaf wilde hij 'wat doen met de taal'.

Waarom nú dat boek?
Claes: "Plotseling realiseer je je dat je ouder wordt, dat je haar begint te grijzen. Je weet: over een paar decennia ben ik misschien seniel. Je staat voor de keuze: berg ik dat voornemen op als onvervulde jongensdroom, of begin ik. Ook de dood van mijn vader heeft meegespeeld. De omstandigheden waaronder hij stierf, laten zich vergelijken met wat ik in Kraai schrijf. Als je die persoonlijke ervaringen in een boek wilt gebruiken, kun je niet te lang wachten. Voor je het weet ben je die indrukken kwijt."

Toch is Kraai niet autobiografisch.
Claes: "Dat klopt. Het is een verzonnen verhaal met autobiografische elementen. Natuurlijk ben je persoonlijk betrokken bij de thema's; anders schrijf je er niet over. Als je begint, kun je in principe alle kanten op. Naar het 16e-eeuwse Friesland bijvoorbeeld. Probleem is alleen dat ik het 16e-eeuwse Friesland niet ken. Dus ben je verplicht boeken te gaan lezen, want wat je daarover schrijft, moet wel waar zijn. "Ik wilde die heisa niet. Dus dacht ik: laat ik de hoofdpersoon maar drukker maken, zoals mijn vader drukker was. En: laat de verteller maar omroepjournalist zijn, want ik weet hoe een studio eruit ziet. Gaandeweg sluipen er autobiografische elementen in je verhaal. De bedoeling was het niet. Ik voel het ook als een soort nederlaag, nu het is gebeurd. Als sommige ervaringen echter precies in het boek passen, ben je gek als je ze niet gebruikt."

Een debuut en dan al meteen zulke indringende thema's.
Claes: "Ik ben niet meer de jongste. Moet je dan eerst zeven boeken over onbenulligheden schrijven? De tijd is te kort, morgen kan ik onder de tram komen. In mijn achterhoofd speelde altijd dat ik over wezenlijke zaken moest schrijven. Over de kern van het bestaan. En dat is de vergankelijkheid. De essentie van ons leven is de eindigheid ervan. Dat is belangrijk."

Het is een somber boek. Bent u zo'n tobber?
Claes: "Er zullen ongetwijfeld vrolijker mensen rondlopen dan ik. Toch ben ik geen tobber. De

ik-figuur in Kraai verkeert in een crisis, hij is dus niet vrolijk. De uitdaging is dan om de lezer toch vast te houden met voldoende ironie, humor of sarcasme."

Heeft u de vorm -- mooischrijverij -- ondergeschikt gemaakt aan het verhaal?
Claes: "Als dat zo is overgekomen, vind ik dat jammer. Ikzelf maak dat niet uit het boek op. Het was niet de opzet om expres aangedikte literatuur te schrijven. De verteller is alleen iemand die met taal bezig is. Het bijzondere taalgebruik heeft een speciale betekenis, zit vol emotie. Mooischrijverij haat ik."

Leven tussen de harde werkelijkheid van de dagelijkse journalistiek en de warme intimiteit van literatuur. Moet je daarvoor een gespleten persoonlijkheid hebben?
Claes:"Die twee werelden liggen niet zoveel uit elkaar. Was ik schlagerzanger geworden dan had ik echt met een imagoprobleem gezeten. Nu niet, in de journalistiek loop je ook tegen allerlei onderwerpen aan waarin je je emoties kwijt kunt. Wat niet wegneemt dat er natuurlijk ook verschillen zijn. Voor een journalist staat de vorm in dienst van de inhoud. Bij literatuur is dat veel minder; de vorm is dan ook een belangrijk ingrediënt.
"Het grootste verschil zit 'm echter in de inhoud zelf. Journalistiek draait louter om feiten. Je bent de geschiedschrijver van de dag, bezig met maatschappelijke feitelijkheden, die de kern van het bestaan niet of nauwelijks raken. Zoals ik al eerder zei, wordt die kern gevormd door vergankelijkheid en dood, door leugen en betutteling. Het wezen van ons bestaan zijn de zaken waarmee je je op je sterfbed bezighoudt. Dat zijn niet de taalproblemen in Brussel of het Verdrag van Maastricht. Dat is de geur van je moeders haar, of hoe het knuistje van je zoontje voelde toen hij jong was. Om die wezenlijke zaken die journalistiek gezien flut zijn, gaat het uiteindelijk. Daar heb ik over willen schrijven."

Een rare vraag: had u Kraai ook een mooi boek gevonden als u het zelf niet had geschreven ?
Claes: "Het antwoord is even raar als de vraag: ik denk dat ik het een bijzonder mooi boek zou vinden. Je schrijft tenslotte het boek dat je graag zou willen lezen."